Loading...

Follow The Silver Ones on Feedspot

Continue with Google
Continue with Facebook
or

Valid
The Sound of Music, vijftig jaar na mei ’68.
Vorige zomer was het nog al ‘Summer of Love’ die de klok sloeg. Dit zorgde voor babyboomers voor fijne tv en radio die herinneringen ophaalden aan lange haren, Indisch katoen, Woodstock, wierookstokjes en de kleine pick-up waarop Dylan en co grijs werden gedraaid.
Vandaag herdenken we een andere mijlpaal uit deze woelige jaren zestig: de mei ’68 studentenprotesten in verschillende Europese steden. Studenten en arbeiders kwamen toen op straat om te protesteren tegen het establishment. Vooral de oorlog in Vietnam, de ongelijkheid in de samenleving, de noord-zuidproblematiek en het kapitalistisch economisch model moesten het ontgelden in deze protesten. Vijftig jaar later is dit intussen nostalgie geworden en voer voor geschiedschrijvers, interviews met wie er toen bij was, beschouwende programma’s op radio en tv naast aangenaam nostalgisch entertainment.
De jongeren die toen op straat kwamen, sleep-ins organiseerden, universiteiten bezetten, legerdienst weigerden, … zijn intussen zestigers maar vooral zeventigers. Mijn bijdrage als babyboomer aan de studentenprotesten in ’68 beperkte zich tot een optocht rond de speelplaats van de lagere school met een Leuven Vlaams bordje vastgeplakt op een houten 30 cm lange meetlat. Nog voor de oproerpolitie waar de één jaar oudere jongens van het vijfde leerjaar voor instonden met hun matrakken konden tussenkomen, werd aan onze protestmars abrupt een einde gemaakt door een broeder die vond dat we maar beter weer konden voetballen. Tot zover mijn mei ’68 bijdrage aan de revolutie.
Over de jaren zestig denken we vandaag vooral in clichés en nostalgische beelden die de waarheid vaak geweld aandoen. Dit is maar deels het gevolg van hoe die woelige jaren eenzijdig in de media werden voorgesteld. Ook ons geheugen heeft de neiging om de scherpe en vaak minder aangename kantjes van wat in het verleden gebeurde weg te vijlen en er met een roze bril naar te kijken. We nemen graag aan dat het vroeger allemaal beter was. Een aanname die vaak fout is als wetenschappers zich hierover gaan buigen en de feiten laten spreken in de plaats van wat het geheugen er in de loop der jaren van gemaakt heeft.
Het beeld dat we vandaag van de woelige jarigen zestig hebben, klopt niet vertelde Geert Buelens in een interview een tijdje geleden al in Knack naar aanleiding van zijn boek ‘De jaren zestig: een cultuurgeschiedenis’. Buelens is zo’n wetenschapper die het feestje van de nostalgicus vijftig jaar na datum komt verpesten met facts en figures.
Deze maand vijftig jaar na mei ‘68 zullen naast Dylan ook Jimi Hendrix, Neil Young, The Beatles, The Rolling Stones en nog vele anderen op de playlist van radiozenders staan omdat ze perfect passen in het beeld dat we vandaag van de woelige jaren zestig hebben. En dat terwijl volgens Buelens ‘The Sound of Music’ in de woelige jaren zestig de populairste film was zoals de soundtrack van deze prent de meest verkochte langspeelplaat was. De kans dat deze plaat straks door de boxen van je autoradio klinkt, is uitgesloten omdat ze niet strookt met het beeld dat we van die periode in het collectieve geheugen hebben geprent. Wie de familie Von Trapp wil bezig zien of horen, zal nog even geduld moeten hebben tot we terug in de eindejaar stemming zijn.
Maar babyboomers en zonder twijfel ook de generaties die in deze levensfase nog na hen zullen komen, laten zich graag leiden door nostalgische vaak geïdealiseerde beelden van hun jonge woelige jaren. Dat die beelden niet helemaal stroken met de waarheid, stoort hen blijkbaar niet. De reden dat marketeers met die beelden aan de slag kunnen blijven gaan om vijftigers, zestigers en met uitbreiding zeventigers te winnen voor hun campagnes. De volgende generatie vijftigers zal tegen dan wellicht Mark Zuckerberg op het schild heisen - tegen dan herinnert enkel een wetenschapper zich nog de naam Cambridge Analytica - als held van een generatie terwijl Jay Z voor de soundtrack zorgt.
Eind juni komt mijn boek The Silver Ones uit bij Pelckmans Pro. Daarin heb ik het ondermeer over de jeugdjaren van de babyboomer. Belangrijk om ook hier inzicht in te hebben wil je vandaag vijftigers, zestigers en zeventigers begrijpen maar ook kunnen bereiken, betrekken en bedienen met je producten en diensten.
Op Linkedin deel ik regelmatig 'Useful 50+ consumer insights' met mijn netwerk. Interesse? Let's connect.
  • Show original
  • .
  • Share
  • .
  • Favorite
  • .
  • Email
  • .
  • Add Tags 
Dé babyboomer bestaat niet!
Dé babyboomer an sich bestaat niet net zoals dé jongere of dé vrouw of dé Vlaming of dé allochtoon of welke groep dan ook niet met ‘dé’ te vatten is. Mensen horen graag ergens bij op voorwaarde natuurlijk dat ze zelf mogen uitmaken bij wie ze wel of niet aansluiten. Wie zich niet kan identificeren met de groep, is niet bereid om achter hun vlag te lopen.
Met generaties ligt dit natuurlijk moeilijk als het geboortejaar al volstaat om uit te maken tot welke groep iemand behoort. Een groep waarvan marketeers dan menen te kunnen vertellen hoe iemand zich gedraagt, denkt en wat de noden en verlangens zijn. Dat je hiermee evengoed de bal goed als fout kan slaan, zal niemand verwonderen. Er zijn misschien zelfs meer verschillen tussen generatiegenoten dan tussen mensen die behoren tot verschillende generaties, hoorde ik Luc Sels, decaan van de faculteit Economie en Bedrijfswetenschappen van de KU Leuven, een tijdje geleden nog op de radio verklaren als ze weer eens millennials allemaal over dezelfde kam aan het scheren waren. Hij had net hetzelfde over babyboomers kunnen vertellen.
Probeer maar eens een sluitende definitie te bedenken voor een babyboomer waar de overgrote meerderheid zich in herkent als ze het zelfs over de geboortejaren niet eens raken. Op Wikipedia lees je zowel 1941 tot 1955, 1946 tot 1964 als 1945 tot 1955 als begin en einde van deze generatie. Terwijl de een spreekt van de protestgeneratie als gevolg van de studentenprotesten in 1968 heeft de andere het over de naoorlogse generatie. Weer anderen hebben het liever over babyboomers of kortweg boomers, een naam die ze danken aan de babyboom na de tweede wereldoorlog in zowel Amerika als Europa.
Generatiekenmerken vastleggen is dansen op een dunne koord. Voor je het weet stuiter je er af omdat je kenmerken die slechts voor een minderheid opgaan, toedicht aan een volledige generatie. De generieke kenmerken van een generatie moeten in staat zijn om individuele verschillen te overstijgen of toch in de meerderheid van de gevallen. De uitzondering moet de regel bevestigen, niet omgekeerd. Telkens ik een lezing of workshop over babyboomers geef, is er iemand die zich niet herkent in het beeld van de babyboomer dat ik schets. Is hij of zij dan de uitzondering op de regel, vraag ik me dan af. Mensen worden niet graag tegen wil en dank in een vakje geduwd en zeker niet als het beeld dat van hen wordt geschetst niet overeenstemt met wie ze denken te zijn of proberen te zijn.
Laat ons dus pogen iets zinvol over de generatie babyboomers te vertellen zonder dat we moeten beginnen molenwieken met de armen om straks niet van de koord te vallen.
Voor de duidelijkheid, we spreken over Europa en denken macro. Anders gaat de ballon straks niet op. En laten we aannemen dat babyboomers geboren zijn tussen 1946 en 1964.
Babyboomers in een notedop
Boomers groeien op in economisch welvarende tijden
Tegencultuur en popcultuur ontstaan in hun jonge jaren
Boomers zijn met veel
Boomers zijn vertrouwd met het internet
Boomers zitten nu in een transitiefase.
We mogen stellen dat deze generatie opgroeide in economische welvarende tijden tot in begin jaren ’80 van de vorige eeuw plots de oliecrisis de kop op stak. Hierdoor raakten de vijftigers onder de babyboomers moeilijker aan de slag dan hun voorgangers.
Tegencultuur gevolgd door popcultuur steekt de kop op als babyboomers in hun jonge jaren zijn. Denk aan de provo beweging in Amsterdam, het eerste Woodstock festival in 1969, popgroepen als The Beatles en The Rolling Stones, de krakers, seksuele vrijheid, zelfontplooiing, burgerlijke ongehoorzaamheid en geestverruimende middelen die resulteerden in een nieuwe levensstijl die zijn impact vandaag de dag nog niet is verloren. Voor de volledigheid, naast de vrijgevochten protestgroep was er ook een meer behoudende meerderheid.
Dat de babyboomers met veel zijn, staat vast. Wat ooit een zegen was voor de economie , wordt stilaan een gesel voor de sociale zekerheid maar ook voor de tewerkstelling. Het wordt een krachttoer om eenmaal alle babyboomers over enkele jaren met pensioen zijn te vervangen door nieuwe jonge werknemers. (Lees ook ‘Maak van de babyboomer een coach’)
Ze waren al een eind in de dertig of de veertig als ze hun weg moesten zoeken op het internet. Het waren hun kinderen die hen hierbij dikwijls op weg hielpen. Maar intussen kunnen ze ook al lang niet meer zonder computer en internet. (Lees ook ‘De digitale kloof begint niet op 55)
Deze historische context helpt een beeld te krijgen van de babyboomer die nu in een transitiefase zit die hand in hand gaat met een nieuwe levensstijl die nieuwe verwachtingen, noden en behoeften met zich meebrengt.
Ze zijn of worden grootouders. Ze wisselen hun professionele activiteit voor een andere. Het begrip rustpensioen is nog enkel een administratieve term. Hedonisme wint aan belang. Reizen, cultuur, zelfontplooiing, netwerken en nieuwe relaties spelen een belangrijke rol. Een fase waarin oud worden vooruit wordt geschoven naar later, liefst zo laat en als het kan zo kort mogelijk. Gezondheid wint hierdoor aan belang en bepaalt mee de nieuwe levensstijl.
Ondanks de gemeenschappelijke geschiedenis en de nieuwe levensfase waarin de babyboomer nu terecht komt, bestaat dé babyboomer nog altijd niet. De groep geboren tussen 1946 en 1964 blijft een heel divers marktsegment. Het komt erop aan de nuances in deze groep te detecteren en te clusteren in nieuwe doelgroepen. Een belangrijke uitdaging voor product- en dienstontwikkelaars maar ook voor de marketing en de communicatie die nu nog maar al te vaak 50+ als een homogene groep ziet en benadert.
Wil je graag binnen 50+ op zoek gaan naar het juiste marktsegment, dan doen The Silver Ones dit graag samen met u. Binnenkort trouwens meer over persona's binnen 50+.
  • Show original
  • .
  • Share
  • .
  • Favorite
  • .
  • Email
  • .
  • Add Tags 
Dat de klassieke printmedia vandaag nog altijd zijn wonden likt als het gevolg van het internet en de digitale revolutie is een open deur intrappen. Papieren kranten en magazines hebben alle moeite van de wereld om nog een nieuw abonnement te slijten terwijl bestaande abonnees een uitstervend ras zijn.
Dan lijkt het op het eerste zicht ook logisch dat de gedrukte reclamefolder die thuis in de brievenbus valt stilaan zijn doodsreutel op gang trekt. Niets is minder waar blijkt uit het onderzoek van BD myShopi uitgevoerd door Profacts. De reclamefolder vandaag is nog springlevend, ondanks stickers als ‘geen reclamedrukwerk’ op de vele brievenbussen. Wie thuis niet door de ‘blaadjes’ gaat, doorbladert die bij familie, vrienden, op het werk of waar die ook onder de ogen komen.
Dan zijn dit vooral ouderen die deze blaadjes elke week doornemen omdat ze niets anders om handen hebben en dit al een leven lang zo gewoon zijn, zie ik je nu denken. Klopt ook niet. 9 op de 10 Belgen lezen reclamefolders en spenderen hier gemiddeld bijna 20 minuten aan volgens dit onderzoek. Dan kan het ook niet anders dat zowel jong als oud reclamefolders doorneemt. Enkel 55-plussers nemen hier wel iets meer hun tijd voor dan de jongere lezer. 22 minuten bij 55-plussers ten aanzien van 17’ bij wie jonger is. Daarnaast zijn die 55-plussers ook de trouwste lezers. 65% van hen leest systematisch elke week de reclameblaadjes die in de bus vallen wat afneemt tot 42% bij wie jonger dan 35 is.
Maar dan lezen de 55-plussers vooral de papieren edities terwijl jongeren digitaal door de folders scrollen en swipen, denk je nu te mogen besluiten. Niet doen. Jongere consumenten gaan misschien iets meer dan oudere consumenten de folders ook digitaal verkennen maar het verschil met de 55-plussers is eerder beperkt. 57% van wie jonger dan 35 is, bekijkt de folders ook digitaal maar 55-plussers doen niet echt onder met 52%. En wie van de 55-plussers al eens door een digitale folder scrolt, doet dat in ruim 6 op 10 keren via een link in een newsletter wat bij consumenten jonger dan 35 nog slechts in 1 op 3 keren het geval is. Deze jongeren laten zich meer door apps op hun smartphone leiden. Toch nog maar eens het bewijs dat 55-plussers in het land van bits en bytes niet verloren lopen als je hen via de juiste digitale kanalen aanspreekt.
Alhoewel de consument in een Nederlands onderzoek van Q&A het einde van de papieren folder voorspelt ten voordele van de digitale editie, zie ik het nog niet zo snel gebeuren. Slechts 3% leest vandaag uitsluitend de reclamefolders online en 9% voornamelijk online. Digitaal en papier vullen elkaar mooi aan en de digitale versie is op vandaag nog niet in staat om de papieren editie van de kaart te vegen.
Fysieke winkels hebben trouwens vandaag nog altijd het meeste baat van een papieren folder. 60% van de deelnemers aan het Q&A onderzoek gaf aan dat de papieren folder hen stimuleert om in een fysieke winkel te kopen. Slechts 10% onder hen heeft de reflex om nadien naar een webshop te surfen. In tijden waarop fysieke winkels de hete adem van de online shops in de nek voelen, zou het dus niet verstandig zijn om de huis-aan-huis-folder te schrappen in de mediamix. Zeker als 1 op 3 van de 55-plussers in het BD myShopi onderzoek antwoordde dat ze deze blaadjes selecteren op basis van de winkels die ze bezoeken wat mogelijkheden biedt om deze trouwe 55+ consumenten te belonen en te binden met bijvoorbeeld kortingbonnen. Bijna 8 op 10 van de 55-plus consumenten in het BD myShopi onderzoek gebruikte de voorbije 3 maanden een kortingbon en die kwam in 8 op de 10 keer uit een reclamefolder.
De reclamefolder is dus nog lang niet dood en heeft zowel op papier als digitaal nog een mooie toekomst.
  • Show original
  • .
  • Share
  • .
  • Favorite
  • .
  • Email
  • .
  • Add Tags 
The Silver Ones by Filip Lemaitre - 1y ago
“Tot op vandaag zijn er weinig tot geen voorbeelden te vinden van 50+ influencer campagnes waarin bekende koppen hun online netwerk inzetten voor marketing doeleinden.” Dit was het antwoord dat ik kreeg van een all round PR-bureau dat een hele batterij social influencers ter beschikking heeft die tegen betaling over merken bloggen, vloggen en foto’s met hun netwerk delen. Dan sta je daar met je vraag om social influencers in te zetten als onderdeel van je 50+ marketingstrategie want blijkbaar stopt hun invloed vanaf een bepaalde leeftijd.
Betekent dit dan ook dat social influencers campagnes voor vijftigplus niet meer kunnen werken omdat je hier vanaf een bepaalde leeftijd immuun voor wordt? Toch niet. Deze consument laat zich nog evengoed beïnvloeden en leiden door influencers, zowel offline als online. Maar het zal niet langer Kim Kardashian met haar miljoenen volgers wereldwijd zijn die de vijftigplusser naar de winkel doet hollen om dat ze op Instagram met een ‘flat tummy shake’ in de hand opduikt. En niet omdat silver ones niet langer geïnteresseerd zijn in een platte buik en het gevecht met de weegschaal hebben opgegeven. Neen, ze leerden intussen met vallen en opstaan dat er meer nodig is dan een shake en groene thee om wat aan dat buikje te doen. Anderzijds ligt de leefwereld van deze social rock stars mijlenver van de leefwereld van silverones, zoals ik die vijftigers en zestigers vandaag noem.
Influence marketing is zo oud als de mensheid. De mens beïnvloedt en laat zich beïnvloeden maar de sociale media hebben hier het voorbije decennium een nieuwe dimensie aan toegevoegd. Er doken naast de bestaande influencers plots ook een heel aantal nieuwe op die elk op hun manier een niche bereiken en beïnvloeden. Influencers waar we zonder de social media nooit van gehoord zouden hebben. De eerste jaren waren dat vooral jongeren wat het antwoord van het PR-bureau hierboven kan verklaren maar vandaag niet langer hout snijdt.
Tien jaar later hebben de sociale media ook een vaste plaats in het leven van silver ones en kunnen social influencers hen evengoed bereiken en beïnvloeden. Op voorwaarde natuurlijk dat dit op de juiste manier gebeurt maar waar je niet uit mag besluiten dat silver ones zich enkel door generatiegenoten laten beïnvloeden.
Er is noch onder- noch bovengrens die bepaalt of je al dan niet een 50+ influencer kan zijn. De vraag die je steeds moet stellen is of die influencer meerwaarde kan creëren voor de rijpere consument en of die vijftiger en zestiger zich aan deze persoon wil spiegelen. Als silver ones er alles aan doen om jong te blijven, dan spiegelen ze zich met alle plezier aan iemand die wat jonger is.
Neem Jeroen Meus, net veertig geworden. Op één bereikt hij met 'Dagelijkse Kost' de silver one en verzilvert online zijn naamsbekendheid, expertise en invloed voor enkele merken. Op vlak van lekker eten is Meus in Vlaanderen een belangrijke influencer voor deze doelgroep. In Nederland neemt Yvette Van Boven op VPRO deze rol op. Op Youtube hebben ze beide een sterk kanaal. Op Pinterest en Instagram kunnen ze op een schare volgers rekenen die enthousiast met hartjes en duimpjes reageren. Als Meus keramische potten en pannen slijt, dan is het omdat hij geloofd wordt en duidelijk impact heeft.
Het Amerikaanse kledingmerk Brooks Brothers beperkt zich niet enkel tot jonge influencers. Op hun Youtube kanaal getuigen bekende en minder bekende klanten van heel uiteenlopende leeftijden samen in de rubriekBrooks Brother Story over hun relatie met het merk.
Het Franse model Bernard Fouquet die in de VS woont en wereldwijd nog heel actief is, vertelt er in het bijzijn van zijn zoon Nick, naast model ook hoedenmaker, waar en wanneer hij zijn eerste Brooks Brothers streepjespak kocht en hoe hij meer dan twintig jaar later het merk nog steeds trouw is. Bernard Fouquet is vandaag heel actief op Instagram met meer dan 11.000 volgers waar hij onlangs opdook in een sensuele reclamespot voor het Spaanse brillenmerk MÓ Eyewear. Hiermee bewees het merk dat rijpere modellen ook in dit soort reclamespots nog hun plaats verdienen.
Micro & nano influencers
Maar influencers moeten voor silverones niet noodzakelijk mega veel volgers hebben om geloofwaardig te zijn en invloed te kunnen hebben. Het is niet omdat ze geen celebrities zijn met een exuberante levensstijl en miljoenen volgers dat ze geen impact kunnen hebben. Integendeel zelfs, net omdat ze vaak authentieker zijn dat vele van die social media rockstars, zijn ze ook geloofwaardiger en kunnen dus ook meer invloed op silverones hebben. We spreken in dat geval beter van micro-influencers dan van influencers. En intussen duikt naast micro-inlfuencer ook al de nano-influencer op met een kleiner bereik maar met een nog grotere impact op wie hen volgt. De klemtoon ligt bij hen minder op de persoon maar meer op hun expertise.
Gezondheid, voeding, wellness, cultuur, mode, interieur, lifestyle, sport, reizen, … zijn onderwerpen waar silverones veel aandacht voor hebben. Ze blijven op zoeken naar info en tips van betrouwbare experts. Hier is nog zeker ruimte om met micro- en nano-influencers in zee te gaan die hun kennis, tips en advies delen met deze rijpere consument.
Meer over 50+ influence marketing lees je in mijn boek 'The Silver Ones - do's & don'ts voor 50+ marketing. Online hier te koop.
Deze post verscheen ook op route 50 plus waar ik één van de gastbloggers ben.
  • Show original
  • .
  • Share
  • .
  • Favorite
  • .
  • Email
  • .
  • Add Tags 

Separate tags by commas
To access this feature, please upgrade your account.
Start your free month
Free Preview