Loading...

Follow Hart Amsterdam museum on Feedspot

Continue with Google
Continue with Facebook
or

Valid
Hart Amsterdam museum by Tom Van Der Molen - 1w ago

Mijn collega Annemarie de Wildt nam ze mee van het laatste kampioensfeest [https://hart.amsterdam/nl/page/41916/ajax-kampioen] van Ajax, op 27 april 2014. Ajax won toen de 33e landstitel na een 1-1 gelijkspel bij Heracles. De fakkels hebben een lange reis gemaakt, maar het duurde nog veel langer voordat Ajax weer eens kampioen werd. Maar sinds gisteren is het weer zo ver en hoe! Het beste seizoen sinds 1996, qua prestaties (de dubbel, halve finale Champions League), maar al helemaal qua voetbal. We vieren de dubbel, maar zijn ook al bijna weer weemoedig naar dit seizoen sinds het laatste fluitsignaal van dit droomseizoen. Ja, het had nog mooier kunnen zijn als die halve finale Champions League 30 seconden korter had geduurd. Maar ook zo is het prachtig.

We gaan weer huldigen, dit keer op het museumplein. Er zullen fakkels afgestoken worden, de burgemeester zal voor het eerst in haar nog nieuwe ambt het traditionele fluitconcert ondergaan en dan is het seizoen echt voorbij. Met een KNVB-beker, eindelijk die 34e landstitel en een brede glimlach. Op naar de 35e. Hup Ajax!

Read Full Article
  • Show original
  • .
  • Share
  • .
  • Favorite
  • .
  • Email
  • .
  • Add Tags 

Vlammen en reddingsboten

Deze dramatische scène bevindt zich in de collectie van het Amsterdam Museum. De tekenaar, Hendrik Kobell Jr. (1751-1779), groeide op bij de Rotterdamse haven, waar hij al op jonge leeftijd veel tijd doorbracht. Van kinds af aan was Kobell geïnteresseerd in de tekenkunst, voornamelijk in het tekenen van schepen en watergezichten. Deze waterverftekening is gedateerd in 1772 en stelt een zeeslag voor. Voor een duister bewolkte achtergrond zijn een aantal grote oorlogsschepen te zien, die met kanonnen op elkaar vuren. Rechts is een schip geraakt; het gaat vlammend ten onder, terwijl de bemanning nog maar net ontkomt op roeiboten. Ook op de linker voorgrond lijkt een schip te sneuvelen; het is al half onder water verdwenen en hoewel een deel van de schippers weer aan boord van een roeiboot lijkt te zijn gestapt, zijn er nog steeds mannen aan boord, die hulpeloos met hun armen zwaaien.

 

Fransen, Engelsen en Nederlanders

Het is niet direct duidelijk welke zeeslag Kobell hier heeft willen weergeven; de tekening heeft geen verhelderend opschrift. Het werk zelf geeft echter wel aanwijzingen voor het identificeren van de scène. De meest linkse schepen dragen herkenbare Nederlandse vlaggen. Op de boeg van het middelste schip is een wat gestileerde versie van een oude Franse vlag te zien: op een witte achtergrond, bedekt met Franse lelies, staat een gekroond blauw schild, met daarop weer drie fleurs-de-lis. Deze vlag gebruikte het koninkrijk tussen 1638 en 1790. De vlag op het meest rechter schip wordt nog altijd gebruikt door het Verenigd Koninkrijk, als vlag ter zee: de bekende Union Jack is hier in de linkerbovenhoek van een rood vlak geplaatst. De slag op de tekening zal dus tussen de Franse, Engelse en Nederlandse legers gevochten worden. Dit wordt mede onderbouwd door de beschrijving van het werk in de collectiecatalogus van verzamelaar Carel Joseph Fodor, uit 1863: “Zee-bataille tusschen de Nederlandsche, Engelsche en Fransche vloten.” Gezien de datering in 1772 is het onmogelijk dat deze tekening een contemporaine zeeslag laat zien, tussen 1692 en 1781 deden de Nederlanders immers in geen enkele zeeslag mee.

 

 

Strijd van Barfleur

Puur door de datering is dus niet duidelijk welke strijd Kobell heeft willen weergeven. Er is echter een schilderij van Kobell bekend, waarop hij de Strijd van Barfleur heeft weergegeven. Deze slag vond plaats op 29 mei 1692, toen de Franse vloot de Nederlands-Engelse alliantie aanviel. Kort hierna vond de zeeslag bij La Hougue plaats, waar de Fransen verslagen werden. Doordat de schepen op beide werken overeen lijken te komen, is het aannemelijk dat ook de tekening in het Amsterdam Museum deze slag laat zien.

 

De kopie van Kobell

Deze identificatie wordt bevestigd door het feit dat de tekening lijkt te zijn gekopieerd naar een schilderij dat in 1693 van de zeeslag werd gemaakt door Ludolf Bakhuizen (1630-1708), dat hieronder te zien is. Hoewel sommige details onderling verschillen – zo is het werk van Bakhuizen duidelijk minder donker van kleur, en zijn er in de plaatsing en ontwerpen van sommige schepen verschillen aan te wijzen. Toch werkte Kobell ongetwijfeld met het werk van Bakhuizen in het achterhoofd; de compositie is identiek en de vlaggen en het brandende schip komen precies met elkaar overeen. Kobell, als schilder van zeegezichten, zal ongetwijfeld hebben opgekeken naar zijn zeventiende-eeuwse voorgangers in het genre, en het is dus begrijpelijk dat hij een werk als dat van Bakhuizen graag imiteerde.

 

 

 

Read Full Article
  • Show original
  • .
  • Share
  • .
  • Favorite
  • .
  • Email
  • .
  • Add Tags 
Hart Amsterdam museum by Anush Avetisyan - 2w ago

Naarmate ik me verdiepte in de geschiedenis waren er een paar dingen die me opvielen. Volkeren lijken verdeeld in twee categorieën: je heerst of wordt overheerst. In de koloniale tijd vielen Nederlanders in de eerste categorie, Armeniërs meer in de tweede – we verdedigen maar vallen niet aan. Kijkend naar het verleden en nu weet ik eigenlijk niet wat beter is. Lopend in de zaal van begin 1900 en denkend aan de massamoorden op het Armeens volk in het Osmaanse Rijk. Zien hoe Hitler de joodse bevolking behandelde. Of denken aan het koloniale verleden van Nederland… Ik twijfel over de vraag wat beter is: moorden of vermoord worden…? Mijn antwoord is uiteindelijk: geen van beiden – ECHT geen van beiden!

Geschiedenis herhaalt zich en geeft ons lessen, hoe komt het dat we het niet horen? Hoe kunnen we als bewuste mensen zo vooruitgaan in technologische snufjes en tegelijkertijd zo haatdragend zijn naar dezelfde soort in "een andere verpakking"?  Ik zou willen dat mijn blog wat meer vrolijkheid zou bevatten.  Ik merk dat ik vandaag, 24 april, wanneer de hele wereld de Armeense Genocide herdenkt, ik alleen hier stil bij kan staan: Amsterdam - als prachtig voorbeeld van de meest tolerante stad van de wereld, waar we allemaal meetellen en er mogen zijn – met alle 180 nationaliteiten naast elkaar in vrede en samen.

Mijn zoektocht heeft me aan het denken gezet. Ik ben gaan kijken naar mensen en tot conclusie gekomen: "Beschaving die niet van zijn eigen fouten leert, heeft geen toekomst".

Anush Avetisyan
24 april 2019

 

Read Full Article
  • Show original
  • .
  • Share
  • .
  • Favorite
  • .
  • Email
  • .
  • Add Tags 
Hart Amsterdam museum by Judith Van Gent - 3w ago

Lees op onze thema site Fong Leng meer over deze legendarische Amsterdamse modeontwerpster, die furore maakte in de jaren zeventig met haar uitbundige creaties.  

Read Full Article
  • Show original
  • .
  • Share
  • .
  • Favorite
  • .
  • Email
  • .
  • Add Tags 
Hart Amsterdam museum by Judith Van Gent - 3w ago

Ook dit jaar wordt vanaf 21 april tot 21 mei het Springsnow Festival gevierd met een iepenroute en actuele updates op de Facebookpagina

Read Full Article
  • Show original
  • .
  • Share
  • .
  • Favorite
  • .
  • Email
  • .
  • Add Tags 
Hart Amsterdam museum by Judith Van Gent - 1M ago

De grote brand van het Paleis voor Volksvlijt in de nacht van 17 op 18 april 1929 had uiteraard veel publiciteit gekregen en blijkbaar was de schenking van een overblijfsel van het Paleis dat ook. In februari 1930 werd het bericht van de schenking door meerdere landelijke kranten gepubliceerd. Het Volk publiceerde het bericht op 6 februari 1930 zelfs op de voorpagina en plaatste er een foto van de klok bij - naar nu blijkt de enige afbeelding ervan. De klok ging naar het Amsterdams Historisch Museum dat sinds 1926 in de Waag op de Nieuwmarkt was geopend. Of de klok in het museum werd tentoongesteld is niet bekend. Er zijn jammer genoeg geen foto’s van de opstelling uit die tijd.

Bruikleen aan de Krijtberg

In november 1945 kreeg het museum een verzoek van bruikleen voor de klok van de kapelaan van de Krijtberg aan het Singel. Levelt was lid van het feestcomité dat het zilveren jubileum van pastoor Antonius Stumpel voorbereidde en zou voor die gelegenheid graag de klok willen lenen ‘als voorloopige oplossing voor het feit dat de torens nog steeds een klok missen in afwachting dat wij in staat zijn een definitieve aankoop te doen van een of meer mooiere klokken. Bewuste klok is niet van brons maar van ijzer – men zeide dat de mooiere bronzen klok niet in aanmerking komt’. Die ‘mooiere bronzen klok’ stond in het museum opgesteld en was afkomstig de Bank van Lening. De directeur van het museum Roëll gaf een positief advies voor bruikleen omdat de klok voor het museum ‘musikale noch kunsthistorische of historische beteekenis van eenig belang’ had. Op enig moment zal de klok van de Waag naar de Krijtberg zijn verplaatst. Bij de feestelijkheden tijdens het jubileum op 3 februari 1946 zal deze hebben geluid. 

Vermist

Eind jaren zeventig werd bij een inventarisatieronde van uitgaande bruiklenen door het museum geconstateerd dat de luidklok met inventarisnummer KA 12926 niet meer in de Krijtberg aanwezig was. Waar was de klok gebleven? Uiteraard werd door onze oud-collega’s een uitgebreid onderzoek gedaan. Het kerkelijk archief leverde niets op en ook bij de firma Eysbouts, die in december 1949 twee nieuwe klokken voor de linkertoren van de Krijtberg had gegoten en geïnstalleerd, was niets bekend over onze klok. Navraag bij Openbare Werken waar de klok misschien was opgeslagen, leverde ook niets op en hetzelfde gold voor het Nationaal Beiaard Museum en het Nederlands Goud-, Zilver en Klokkenmuseum. In 1983 werd het onderzoek afgerond. De coclusie was dat óf de Firma Eysbouts de klok misschien had meegenomen óf dat de klok terug naar het museum was gekomen en later een andere bestemming heeft gekregen zonder dat dit was vastgelegd. De klok werd in het kaartsysteem als vermist opgenomen. Zoals verplicht werd de vermissing op 13 oktober 1983 aan de wethouder Kunstzaken gemeld.

Klok gezocht

Nu meer dan dertig jaar later vragen we het ons nog eens af: waar is de klok toch gebleven? Navraag bij de huidige rector van de Krijtberg leverde niets op. Misschien ergens op een zolder of in een kelder? Wat zou het mooi zijn om de klok weer te vinden! Over de historische betekenis ervan denken we tegenwoordig anders: met de klok kan het verhaal worden verteld van dat prachtige tentoonstellingsgebouw, maar ook over een tijd dat nog niet iedereen de tijd op zak had.

 

De klok werd in augustus 1845 in het Paleis van Volksvlijt ingeluid. Dit had alles te maken met Jacob van Lennep. Op de blog van Marita Mathijsen is hierover te lezen.

 

Gezocht: een gietijzeren klok waarvan we de afmetingen niet weten met een tekst die op de krantenafbeelding jammer genoeg slecht zijn te lezen.

 

Read Full Article
  • Show original
  • .
  • Share
  • .
  • Favorite
  • .
  • Email
  • .
  • Add Tags 
Hart Amsterdam museum by Laura Van Van Hasselt - 1M ago

Altijd als ik weinig tijd heb (wat meestal het geval is) heb ik grote ambities. Had ik maar een week de tijd, dan zou dat hoofdstuk zo af zijn. En dan zou het vast briljant zijn. Werd ik maar niet steeds gestoord, had ik maar niet al die andere belangrijke dingen te doen, zaten er maar twee keer zoveel uren in een dag -  dan was dat boek al lang af. Kent u dat gevoel?

Voor het eerst sinds heel lang had ik de afgelopen week alle tijd van de wereld. Uren en dagen achter elkaar mocht ik me zonder schuldgevoel storten op het schrijven en niets dan het schrijven. Heerlijk, wat een luxe. Maar eerlijk gezegd ben ik niet onder de indruk van mijn voortgang.

Honderd woorden schrijven, vijftig woorden schrappen en dan weer woord voor woord verder ploeteren. Het tempo deze week was niet om over naar huis te schrijven. Is het dan wel een blogje waard? Zeker niet. Maar dit leidt me tenminste af van het schrijven dat ik eigenlijk zou moeten doen. En morgen schrijf ik vast weer iets briljants, zoals eigenlijk de bedoeling was. Of overmorgen.

Read Full Article
  • Show original
  • .
  • Share
  • .
  • Favorite
  • .
  • Email
  • .
  • Add Tags 

 

Publieksgeschiedenis is een unieke wetenschappelijke opleiding, waarin theorie gecombineerd wordt met de praktijk. Als student volg je colleges, werk je individueel en in groepen, schrijf je essays, maak je een historisch filmpje en loop je stage. Het filmproject is net afgelopen, de filmpjes kunt u hier vinden. Nu is het dus tijd voor de stage!

De komende tijd gaan wij hier werken aan twee verschillende tentoonstelling. Hester gaat zich bezighouden met de geschiedenis van bier (hopelijk niet alleen theoretisch) onder begeleiding van Tom van der Molen. Ruud gaat meewerken aan een tentoonstelling over straf en misdaad (hopelijk wel puur theoretisch) onder de vleugels van Annemarie de Wildt.

De eerste stagedag begon voor ons met een kopje koffie in café Mokum. Hier spraken wij met conservator Annemarie de Wildt. We werden direct uitgedaagd om serieus en kritisch na te denken over wat een museum eigenlijk is en waar het voor zou moeten staan. De opdracht voor vandaag luidde dan ook: doorloop met een kritische en scherpe blik de tentoonstellingen en zet je bevindingen uiteen in een blog. Daarnaast: leer de weg kennen in het museum, want dat is nogal een uitdaging, werd ons verteld. En dat bleek. We hebben op dit moment geen idee waar we zijn. Kan iemand ons komen halen?

In december had een groep jonge internationale museumprofessionals haar kritische blik reeds laten schijnen op het Amsterdam Museum. De interessante resultaten kunt u hier lezen. Nu was het onze beurt! Samen met Nina (een andere stagiair ) bekeken we de tentoonstellingen Amsterdam DNA en Amsterdam Wereld-Stad. Nina is studente Kunstgeschiedenis, dus die had soms andere ideeën dan wij als historici. Een interessante uitwisseling!

Gewapend met een plattegrondje gingen we naar ‘Amsterdam DNA’, waarin de geschiedenis van Amsterdam wordt verteld van het begin tot aan de dag van vandaag. Van de vormgeving werden wij erg enthousiast. Het is modern, interactief en visueel, waardoor ook de niet ervaren museumbezoeker er plezier aan beleeft. De informatie die wordt geboden is duidelijk op een breed, internationaal publiek gericht. Puntje van kritiek: tijdens de tentoonstelling worden er naar onze smaak iets teveel superlatieven gebruikt om Amsterdam in de gouden eeuw te beschrijven. ‘De spectaculaire grachtengordel’ en ‘alles wat Amsterdam aanraakt verandert in goud’. Tegelijkertijd begrijpen we dat het Amsterdam Museum medegericht is op toeristen en daarom Amsterdam ook wil promoten. Wij willen bij de tentoonstellingen waar wij aan gaan meewerken hier een goede balans in vinden.

De andere tentoonstelling is Amsterdam Wereld-Stad. Hier wordt ingegaan op verschillende aspecten die Amsterdam een wereldstad maken. Thema’s als slavernij en handelsbetrekkingen in en met overzeese gebieden komen aan bod, maar ook de verschillende nationaliteiten en religies in Amsterdam zelf. Naast het gegeven dat deze tentoonstelling een breed scala aan onderwerpen behandelt, geldt ook voor deze tentoonstelling dat het prachtig is vormgegeven. Vooral de eerste kamer met de oude wereld- en landkaarten, mooi belicht onder de glazen vloer, is een lust voor het oog. De zalen zijn thematisch ingedeeld, maar de route en de samenhang tussen de verschillende zalen is voor ons niet altijd duidelijk. Wij zouden ons graag wat meer verdiepen in de gedachte achter de tentoonstellingen en het museum veel beter leren kennen.

Voor vandaag is het genoeg geweest, de vele nieuwe indrukken maken dat we best een beetje moe zijn. Wij gaan op zoek naar de uitgang, wordt vervolgd….

 

Ruud Westerink en Hester Wynia (foto door Nina Reid)

Read Full Article
  • Show original
  • .
  • Share
  • .
  • Favorite
  • .
  • Email
  • .
  • Add Tags 
Hart Amsterdam museum by Suzette Van 't Hof - 2M ago

Een ommuurde stad

Een weidse blik over de stad en het omliggende land, dat is ook precies wat het bestuur van Amsterdam met de eerste torens in de stad voor ogen heeft gehad. Aan het einde van de vijftiende eeuw wordt de stad omringd door een metershoge muur om te stad beter te kunnen verdedigen tegen aanvallen van buitenaf. Behalve de drie poorten die toegang bieden tot te stad telt de muur ook een aantal torens van waaruit men een oogje in het zeil kan houden.  

De Schreierstoren

Als er in Amsterdam één toren tot de verbeelding spreekt dan is het wel de Schreierstoren op de kop van de Prins Hendrik- en Geldersekade. De bakstenen toren wordt rond 1486 gebouwd en vormt als onderdeel van de stadsmuur het eindpunt aan het IJ. Het is de eerste verdedigingstoren die de stad rijk is. Vanuit de deze positie heeft men goed zicht op de haven en over het IJ en kan men zo nodig vijandelijke schepen onder vuur nemen.

De naamgeving 

In de loop er der eeuwen worden er talloze legenden in omloop gebracht. Ze hebben niet zonder toeval allemaal met de zee te maken. Maar hoe sterk zijn deze verhalen? Een in 1569 in de toren ingemetselde steen aan de Prins  Hendrikkade is een grote bron van inspiratie. Deze gevelsteen toont een schreiende vrouw, tegen de achtergrond van het IJ met een uitvarend schip. Het opschrift luidt: 'Scrayer Houck'.

Het jaar 1569 is een rampjaar voor Amsterdam. De Tachtigjarige Oorlog (1568-1648) is amper begonnen en het duurt nog wel even voordat Amsterdam zich aansluit bij de Opstand. De vloot wordt buitgemaakt door de Watergeuzen en Alva dreigt de Tiende Penning in te voeren op de handel in roerende goederen. Een drastische maatregel. De treurende vrouw draagt een klassiek gewaad. Zij is derhalve geen doorsnee Amsterdamse huisvrouw maar een op de klassieke oudheid geïnspireerde allegorie. Het schip waar de vrouw met haar ogen vol tranen naar wijst, symboliseert de koopvaardij, de basis van de Amsterdamse welvaart. De woeste golven en de zeemonsters staan voor gevaar en tegenspoed. De Amsterdamse stedenmaagd huilt.

Een bron die niet opdroogt

En zij is niet de enige. Menigeen wordt door de schreiende maagd op het verkeerde been gezet. Vele gidsen borduren voort op dit thema. Zij spreken en schrijven over de vrouwen die snikkend langs de kade staan om afscheid te nemen van hun zeevarende mannen die voor de VOC naar Indië reizen. Een gevaarlijke onderneming. Voor hun terugkeer wordt steevast gevreesd. Zeeën van zilte tranen vloeien bij het afscheid.

Het woord 'scrayer' in 'Scrayer Houck' prikkelt eveneens de fantasie. Het wordt gelezen als het werkwoord 'schreien' dat in vroegere tijden als 'schrayen' werd geschreven. Gedacht wordt dat dit  een bewust door de steenhouwer aangebrachte woordspeling is. Een krankzinnig geworden vrouw wordt de verpersoonlijking van de steen en geeft de doorslag bij de naamgeving van deze hoek én de 'Schreiers'toren. Lang nadat het schip van haar man een vlekje aan de horizon is geworden, blijft ze aan de kade staan. Tranen biggelen onophoudelijk langs haar wangen en ze gedraagt zich alsof ze krankzinnig is geworden. Ze slaat iedereen die haar troosten wil, wild van zich af, slaakt ijselijke kreten uit en trekt zich de haren uit het hoofd. Een klassiek geval van hysterie. De arme ziel eindigt in het Dolhuys. En naar nu blijkt: het verhaal kan twee kanten op. Voor sommige gidsen is dit juist de reden om aan te nemen dat de gevelsteen ter nagedachtenis aan deze vrouw is aangebracht.

Er is ook een uitzondering op al deze verhalen. Volgens de overlevering plengt één vrouw bittere tranen om de nooit verwachte terugkeer van haar echtgenoot. Tijdens zijn afwezigheid heeft zij haar oog op een ander laten vallen. Volgens een overenthousiaste gids, schenkt zij hem thee en hij haar kinderen. Hoe pijnlijk is de terugkeer van de man des huizes. Immers, twee kapiteins op één schip, dat gaat niet samen!

De Schrayershoucktoren

Hoe dan ook, er zijn ongetwijfeld veel tranen geplengd daar aan het waterfront, maar aan de naamgeving van de toren daar is niets romantisch of poëtisch aan. De Vogelvluchtkaart van Cornelis Anthonisz. uit 1538 brengt uitkomst. De oudste benaming van de grond waarop de toren staat is 'Schreyhouck' of 'Scrayhouck'. Op dit driehoekige terrein stond een huis dat naar de hoek vernoemd is. Deze naam gaat na verloop van tijd over op de toren, de 'Schrayershoucktoren'. De stadsmuur maakt op deze plek een scherpe bocht. 'Scray' betekent dan ook niets anders dan 'scherp'. De Schreierstoren dankt zijn naam, zoals menig stompe of scheve toren aan zijn positie, de 'scherpe' hoektoren.

Het vervolg

Na verloop van tijd verliest de toren zijn verdedigende functie. Tot 1835 vergadert het tinnengietersgilde in de Schreierstoren. Vervolgens doet het pand nog geruime tijd dienst als havenkantoor totdat in 1960 de havenmeester zijn domicilie kiest in het Nieuwe Havengebouw aan de De Ruyterkade. In 1966 wordt het monument grondig gerestaureerd.

Nu functioneert het enige overblijfsel van de Amsterdamse stadsmuur, als een horecagelegenheid met de toepasselijke naam VOC-café. Boven in de het pand bevindt zich een winkel in scheepsinstrumenten, zeekaarten en nautische literatuur. Zo blijft de toren trouw aan het verleden.

In 1927 schenkt de 'Greenwich Village Historical Society of New York' de stad een bronzen plak om Henry Hudson te herdenken, die hier op 4 april 1609 in dienst van de VOC uitvaart op 'De Halve Maen'. Tijdens deze reis ontdekt hij de rivier in Noord-Amerika die naar hem vernoemd wordt, de Hudson River.

Tot slot

Moraal van dit verhaal. Als je binnenkort te stad verkent, kijk dan goed uit met wie je in zee gaat. De vele goede gidsen daargelaten, is dat wat je hoort of leest soms om te huilen!

 

 Klik hier voor meer informatie over De Open Toren Dag.

 

 

Read Full Article
  • Show original
  • .
  • Share
  • .
  • Favorite
  • .
  • Email
  • .
  • Add Tags 

Dagboek

Het schrijven van een dagboek is een uiterst persoonlijke handeling. Hierdoor voelt het haast voyeuristisch om pagina’s uit het dagboek van Christiaan Andriessen (1775-1846) te bekijken. Andriessen hield van 1805 tot 1808 een dagboek bij, waarin hij zowat dagelijks een tekening maakte. Op vaak humoristische wijze legde hij zo een moment uit zijn leven vast. Hij ging bijvoorbeeld vakantie vieren in Vogelenzang, gaf schilderles aan bekoorlijke meisjes of ging met zijn vrienden de kroeg in. In korte, puntige onderschriften becommentarieert hij de wereld om zich heen: “O jee, daar heb ik mijn oorring verlooren,” staat bijvoorbeeld onder een tekening waarop een viertal mensen de grond afspeurt. “Wagt dan moeten we eens zoeken.” Op een andere tekening spreekt een vrouw een jongetje met een bloedend gezicht aan: “wat scheeld er aan jongen? Wel die jongen snijd me daar met een hakmes in mijn smoel.” Gruwelijk, maar treffend – de jongen met het hakmes loopt rechts de afbeelding uit.

 

Geheimschrift

Had Christiaan een mening die te onvriendelijk was om door jan en alleman gelezen te worden, schreef hij (delen van) zijn bijschrift in geheimschrift. Elke letter met een puntje erboven moest dan worden vervangen door de letter die ervóór staat in het alfabet. Op deze manier kon hij dan opschrijven dat hij iemand niet mocht, of een opmerking maken die eigenlijk niet gangbaar was. Een voorbeeld hiervoor is een tekening waarop een oude vrouw gebogen van de pijn staat; een man op straat is pardoes tegen haar aangelopen. “Ik schaterde van lachen,” schrijft Christiaan er in geheimschrift bij; lachen om een oude vrouw kan je als welopgevoede jongeman natuurlijk niet maken.

 

Kunstbeschouwing

Het Amsterdam Museum bezit tekeningen uit Andriessens dagboek. Één ervan (zie hierboven) laat een kunstbeschouwing zien, een gelegenheid waarbij een verzamelaar zijn huis of collectie openstelde voor jonge kunstenaars en andere geïnteresseerden. Deze beschouwingen waren populair in Amsterdam, en Christiaan tekende er verschillende van. Soms werden ze gehouden in Felix Meritis, maar net zo goed in de huizen van verzamelaars zelf. De tekening in het Amsterdam Museum laat een kunstbeschouwing zien bij Johan Goll van Franckenstein (1756-1821), die aan de Keizersgracht woonde en een grote verzameling werken van Jan Luijken had. Acht mannen staan rond een tafel, waarop de tekeningen en prenten zullen zijn tentoongespreid, maar twee staan met hun rug naar de rest en bekijken de muren, die vol schilderijen hangen. De tekening is in alleen grijze en bruine inkt neergezet, maar straalt desalniettemin een bewonderenswaardige levendigheid uit. Door twee figuren los te zetten van de groep heeft hij de compositie meer dynamiek gegeven en het is niet moeilijk jezelf óók in de kamer van Goll van Frankenstein te plaatsen, aan tafel in het licht van de kroonluchter.

 

Intimiteit

De onbevangen vorm van een dagboek zorgt ervoor dat Christiaans dagboek een uniek kijkje in het dagelijks leven in Amsterdam geeft: het is om persoonlijke doeleinden getekend en hierdoor uiterst subjectief. De intimiteit en clandestiniteit die het lezen van andermans dagboek met zich meebrengt, blijkt niet te vervagen met de tijd. Zijn dagboek geeft geen gepolijst beeld van het negentiende-eeuwse leven, maar is net zo persoonlijk als dat van het tienermeisje.

Read Full Article

Read for later

Articles marked as Favorite are saved for later viewing.
close
  • Show original
  • .
  • Share
  • .
  • Favorite
  • .
  • Email
  • .
  • Add Tags 

Separate tags by commas
To access this feature, please upgrade your account.
Start your free month
Free Preview